Tamme – en wilde honden

  • AFDRUKKEN
  • VERSTUREN

Tamme- en wilde honden

In Nederland kom je voornamelijk tamme honden tegen. Dit zijn honden die door de mensen worden gehouden als huisdier. Als je op vakantie bent in een ander land, zul je waarschijnlijk vaker wilde honden zien. Dit zijn honden die niet als huisdier gehouden worden, maar in het wild leven. De wilde honden lijken nog het meest op de wolf, waar de hond van af stamt.

De tijd dat de voorouders van de hond in de bossen rondzwierven, ligt ver achter ons. Al hoewel dit niet zo vanzelfsprekend lijkt, heeft onze hond nog veel eigenschappen van de jonge wolf overgehouden: zoals de speelsheid, het willen ontdekken en de wil om een oudere hond of een leidersfiguur te volgen.. Om de goede kwaliteiten  van de wolf naar boven te halen is het belangrijk dat hij zich in een "roedel" (groep) bevind met veel verschillende wolven die ook allemaal anders in hun gedrag zijn. Zo leren ze heel veel eigenschappen van elkaar en ook dat ze vriendelijk met elkaar  moeten kunnen omgaan, dit werd allemaal overgedragen op de hond die wij nu kennen. Op het vlak van gedrag lijkt de hond dus meer op een wolf die nooit groot is geworden of op een mens die niet ouder dan 11 jaar is geworden. Elk ras heeft namelijk een bijzonder talent om te rennen, te bewaken, een kudde te drijven enzovoort. Al meer dan 12.000 jaar hebben honden een speciale relatie met de mens. Mensen en honden zijn vrienden geworden toen de wolven tijdens het veranderen, in de kampen van de mensen, op zoek gingen naar voedsel. Onze voorouders ontdekten al snel dat de "honden" hen konden helpen met het zoeken naar en het jagen op andere dieren.

Wolven, die het best met de mensen om konden gaan, ontwikkelden zich toen tot een vriendelijk dier, die je veel kon leren. Je kon ze "temmen" (tam maken) en je kon ze ook voor vele andere dingen gebruiken. Ze begonnen de honden uit te kiezen met wie ze het beste vriendschappelijk contact hadden en ze brachten ze groot voor hun "fysieke" en "gedragskenmerken". Wij hebben onze "wolf" zo groot gebracht om een bepaald nuttig gedrag te versterken. De wolf heeft zijn veelzijdigheid behouden, maar sommige hondenrassen zijn zodanig veranderd dat ze nu op sommige vlakken betere vaardigheden hebben dan hun voorouders, de wolf. De speurhond is nu veel beter in het vinden en volgen van een geur. Een Duitse herder kan ons beter bewaken, maar ook gebruikt worden om boeven te pakken. Een Windhond is veel sneller, Terriërs zijn taaier en de Cavalier King Charles vind het leuk om op je schoot te komen zitten, allemaal eigenschappen welke een grijze wolf nooit had gekund.

Vanaf het jaar 700 is de fokkerij (mensen die er voor zorgen dat er kleine hondjes geboren worden) iets wat steeds meer voorkomt, verspreid over de hele wereld. Het eerste erkende "ras" leek waarschijnlijk op een snelle, grote maar magere windhond, die werd gefokt voor zijn snelheid, bijvoorbeeld bij de jacht. Na verloop van tijd heeft de mens andere rassen gefokt met nog meer verschillende eigenschappen, zoals o.a.  de windhonden, die heel goed en scherp kunnen zien en ook heel goed kunnen ruiken. De vormen en maten zijn in al die jaren ook heel erg veranderd, kortere snuiten, kortere poten, een fijner gehoor en een scherper zicht. De fokkerij was, in de tijd van het Romeinse Rijk, zo verspreid dat de meeste huidige, grote rassen toen al bestonden.