De dienstplicht

  • AFDRUKKEN
  • VERSTUREN

Het ministerie van Oorlog aan het Plein in Den Haag (1848)

   Dienstplicht

De dienstplicht of militaire dienst is de verplichting tot het tijdelijk vervullen van werkzaamheden door (een deel van) de bevolking. Meestal wordt de term dienstplicht gebruikt voor de militaire dienstplicht, waarbij jonge mensen (in de meeste landen alleen mannen) een tijdlang verplicht deel uitmaken van de krijgsmacht. Beroepsmilitairen spreken over zichzelf als in dienst oftewel in militaire dienst. Strikt juridisch is de dienstplicht een belasting in natura. Dat betekent dat je er iets terug voor moet doen.

Het komt voor (dit hangt van het land af) dat mannen die hun dienstplicht hebben vervuld 'op herhaling' moeten. Dit betreft dan meestal een 'opfriscursus' van enkele weken.

Een verwant historisch begrip is de Heervaart: in de Middeleeuwen de plicht van weerbare mannen om in oorlogstijd een bepaalde tijd krijgsdienst te verrichten voor de landsheer.

Nederland

Iedere man en vrouw in Nederland tussen de 17 en 45 jaar oud heeft te maken met de dienstplicht. Sinds 1 mei 1997 is echter de opkomstplicht opgeschort, wat betekent dat zolang de regering de opkomstplicht niet heractiveert, dienstplichtigen zich niet hoeven te melden en gewoon kunnen blijven leven in de burgermaatschappij. De dienstplicht is niet afgeschaft en daarom worden dienstplichtigen nog ingeschreven. Als dit gebeurt ontvangt de dienstplichtige een dienstplichtbrief met daarin uitleg over de dienstplicht en de melding dat de dienstplichtige niet verplicht is tot opkomst. De dienstplicht wordt geregeld in artikel 98 van de grondwet en in de Kaderwet dienstplicht.

Geschiedenis

In Nederland werd de militaire dienstplicht, toentertijd "conscriptie" genaamd, in 1810 ingevoerd na inlijving van het Koninkrijk Holland in het Franse Keizerrijk. Iedere man van 20 jaar of ouder moest zich inschrijven. Door middel van loting werd bepaald wie dienst moest nemen (de loteling) in het Franse leger. Het systeem werd na de verdrijving van de Fransen en de stichting van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in stand gehouden, de zogenaamde Nationale Militie. Tot 1898 kon iemand die ingeloot was echter een vervanger (remplaçant) inhuren. Na 1898 gold de persoonlijke dienstplicht. Later gold de militaire dienstplicht voor alle mannen vanaf 18 jaar. Uitstel, bijvoorbeeld vanwege studie, was mogelijk. Gewetensbezwaarden, mensen die principieel tegen het leger zijn, konden een vervangende dienstplicht vervullen in een andere sector.

Vertrek uit Nederland met aan boord 1 Divisie '7 December' naar Ned. Indië. Beeld: NIMH

In de jaren 1946 tot en met 1949 werden in totaal ongeveer 95.000 Nederlandse dienstplichtigen naar Indonesië gestuurd tijdens de politionele acties. Hiervoor moest de grondwet gewijzigd worden om het mogelijk te maken dienstplichtigen ook tegen hun wil te kunnen sturen.

In 1966 werd de Vereniging van Dienstplichtige Militairen (VVDM) opgericht, die zich als een belangenvereniging voor dienstplichtige soldaten ontwikkelde tot een serieuze gesprekspartner van de militaire en politieke leiding.

Door diverse oorzaken kwam de militaire dienstplicht eind 20e eeuw steeds meer onder druk te staan.

1     Door het einde van de Koude Oorlog was het directe gevaar van een oorlog afgenomen.

2     In plaats daarvan werd het Nederlandse leger steeds vaker ingezet bij vredesoperaties die niet direct dienden ter verdediging van Nederlands grondgebied. De complexiteit en het gevaar van deze missies maakten de inzet van dienstplichtigen omstreden.

3     Bovendien werd steeds vaker gewezen op het discriminerende karakter van de dienstplicht. In een tijd waarin gelijke rechten en plichten voor iedereen steeds vanzelfsprekender werden, paste een plicht voor alleen mannen niet langer. Verder is de dienstplicht op basis van geslacht incompatibel met artikel 1 van de Nederlandse Grondwet. Dit bezwaar is vervallen nu sinds 1 januari 2020 ook voor vrouwen dienstplicht is ingevoerd.

4     Verder bestond er kritiek op het gegeven dat de opgeroepen dienstplichtigen na een basisopleiding van enkele weken weinig meer te doen hadden en de rest van hun dienstplicht in ledigheid doorbrachten. Niet alleen was dit verspilde tijd vanuit het oogpunt van de dienstplichtigen, maar op deze manier had ook de overheid weinig aan hen.

Per 1 januari 1997 is de Dienstplichtwet vervangen door de Kaderwet dienstplicht.

Door de Wet van 3 oktober 2018 tot wijziging van de Kaderwet dienstplicht en van de Wet gewetensbezwaren militaire dienst in verband met het van toepassing worden van de dienstplicht op vrouwen  geldt sinds 1 januari 2020 voor vrouwen die na die datum de zeventienjarige leeftijd bereiken hetzelfde als voor mannen.

 Opschorting

In Nederland is sinds 1 mei 1997 de opkomstplicht officieel opgeschort. De Tweede Kamer heeft in mei 1993, bij aanvaarding van de Prioriteitennota, ingestemd met opschorting van de opkomstplicht. Sinds 22 augustus 1996 werden er al geen nieuwe dienstplichtigen meer opgeroepen. De opschorting wil zeggen dat burgers geen militaire dienst hoeven te vervullen zolang de veiligheidssituatie dat niet vereist. De Nederlandse krijgsmacht bestaat sindsdien volledig uit (vrijwillige) beroepsmilitairen. Wel krijgt iedere mannelijke en vrouwelijke staatsburger een dienstplichtbrief waarin wordt verteld dat hij/zij is ingeschreven, maar niet opkomst plichtig is. De dienstplicht is dus niet afgeschaft, alleen de opkomstplicht is opgeschort. De Kaderwet dienstplicht regelt dat opschorting en beëindiging daarvan bij Koninklijk Besluit wordt geregeld, maar dat wordt ingetrokken als de Staten-Generaal bezwaar maakt.

In het voorjaar 2008 waren er geluiden, onder andere in de VVD en in de krijgsmacht zelf (generaal Dick Berlijn), die wilden onderzoeken of de opkomstplicht weer zou moeten worden ingevoerd, vanwege de zware belasting op het beroepsleger door de vele uitzendingen naar conflictgebieden.

In 2016 stelde het CDA voor de opkomstplicht opnieuw in te voeren, te beginnen met jeugdige vandalen en andere 'raddraaiers', en later alle jongeren.

Minister ter Beek in de Tweede Kamer. Beeld: NIMH

bron: www.defensie.nl