Tsjechië

  • AFDRUKKEN
  • VERSTUREN
Tsjechië

Tsjechië is een land in Midden-Europa dat helemaal omringd wordt door andere landen. Het heeft geen zee, maar wel veel rivieren, zoals de Moldau die door de hoofdstad Praag stroomt. Praag is al eeuwen het belangrijkste centrum van het land en staat bekend om zijn prachtige oude gebouwen, de beroemde Karelsbrug en het Oude Stadsplein met de grote astronomische klok. In de Praagse Burcht woont de president, die het staatshoofd is, en de regering werkt in de Straka Academie aan de oever van de Moldau.

Tsjechië is tegenwoordig een republiek. Dat betekent dat er geen koning of koningin meer is en dat de president en volksvertegenwoordigers gekozen worden. Dat is niet altijd zo geweest. Vroeger hoorde het land bij het koninkrijk Bohemen, dat later onderdeel werd van het Habsburgse rijk en uiteindelijk van Oostenrijk-Hongarije. Na de Eerste Wereldoorlog werd Tsjechoslowakije opgericht en sinds 1993 is Tsjechië een onafhankelijk land. Gedurende zijn geschiedenis heeft het land ook moeilijke tijden gekend, zoals de nazi-bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog en een communistisch regime, maar sinds de Fluwelen Revolutie van 1989 is het weer een democratie.

De meeste mensen in Tsjechië spreken Tsjechisch. Lang geleden waren Latijn en Duits belangrijk, vooral in kerk en bestuur, maar sinds 1918 is Tsjechisch de hoofdtaal. Sommige mensen spreken ook andere talen, zoals Engels, Pools of Romani, en door de nabijheid van Slowakije begrijpen veel mensen ook Slowaaks

Het landschap van Tsjechië is heuvelachtig en bergachtig. Het hoogste punt in het reuzengebergte is de berg Sněžka, bijna 1.600 meter hoog. Er zijn meerdere natuurgebieden, zoals het Šumava-gebergte, dat ook wel het Boheemse Woud wordt genoemd. In deze natuurgebieden leven dieren als herten, vossen, wilde zwijnen en zelfs lynxen. Veel rivieren, stuwmeren en meren zorgen voor water en recreatie. De natuur van Tsjechië is rijk en gevarieerd, met bossen, grotten en bijzondere rotsformaties zoals in het Boheems Paradijs.

De Tsjechische keuken is stevig en warm, met veel vlees, aardappelen, kool en dumplings. Bekende gerechten zijn gestoofd rundvlees in romige saus, varkensvlees met zuurkool en goulash. Bijna altijd horen er knedlíky bij, een soort deegballen, en het land staat ook bekend om zijn bier.

Tsjechen vieren verschillende feesten, zoals Pasen, Kerst en Nieuwjaar. Ze hebben ook een soort carnaval, Masopust, en in sommige regio’s dragen mensen bij speciale gelegenheden traditionele klederdracht met borduursels en kleurrijke kleding. Het land heeft talloze kastelen en paleizen, historische steden, grotten en mooie natuur waardoor het interessant is voor toeristen en bewoners die van geschiedenis en natuur houden.

Tsjechië maakt deel uit van de Europese Unie, maar gebruikt nog steeds zijn eigen munteenheid, de Tsjechische kroon. Het land heeft vier duidelijke seizoenen: warme zomers, koude winters, frisse lentes en de kleurrijke herfst. Door de ligging in het binnenland komen er geen tropische stormen voor, maar soms zijn er onweersbuien of sneeuwstormen in de bergen.

Al met al is Tsjechië een land met een lange geschiedenis, veel natuur, rijke tradities en mooie steden. Het combineert het oude met het nieuwe, waardoor het een fascinerende plek is om te ontdekken.