
Duitsland
Duitsland
Duitsland ligt in het midden van Europa. Het is een groot land dat grenst aan negen andere landen, waaronder Nederland. De hoofdstad van Duitsland is Berlijn. Dat is niet altijd zo geweest. Vroeger was Berlijn alleen de hoofdstad van Pruisen en later van het Duitse Keizerrijk. Na de Tweede Wereldoorlog werd het land in tweeën gedeeld. Oost-Berlijn werd de hoofdstad van Oost-Duitsland, en West-Duitsland koos voor de stad Bonn. Pas sinds 1990, toen Duitsland weer één land werd, is Berlijn opnieuw de hoofdstad.
In Berlijn zit de regering in een indrukwekkend gebouw dat de Rijksdag heet. De president van Duitsland woont officieel in een wit paleis dat Schloss Bellevue heet. Het ligt aan een rivier in een groot park. In de stad kun je ook de beroemde Brandenburger Tor vinden, een grote poort die vroeger deel uitmaakte van de stadsmuur.

Duitsland is geen koninkrijk, maar een republiek. Dat betekent dat het land geen koning of koningin heeft, maar een president. Vroeger was dat anders. Tot 1918 had Duitsland keizers, maar na de Eerste Wereldoorlog werd het een republiek.
Vandaag de dag is Duitsland een democratie, net als Nederland. Dat betekent dat mensen mogen stemmen en meebeslissen over het land. In de geschiedenis is dat wel eens anders geweest. Onder Hitler was Duitsland een dictatuur, en ook in Oost-Duitsland konden mensen lang niet vrij stemmen. Gelukkig is Duitsland nu weer een vrij en eerlijk land.
De mensen in Duitsland spreken Duits. Die taal is door de eeuwen heen veranderd. Tegenwoordig leren veel jongeren ook Engels op school. In sommige gebieden spreken mensen dialect.
Geloof speelt in Duitsland een kleinere rol dan vroeger, maar het is nog steeds belangrijk. Er zijn zowel protestantse als katholieke christenen. Dat komt door Maarten Luther, een man die lang geleden in Duitsland leefde en grote veranderingen in de kerk begon.
Het weer in Duitsland is meestal niet heel extreem. Zomers zijn vaak lekker warm, terwijl het in de winter koud kan zijn en er sneeuw valt in de bergen. In het oosten van het land voelt het soms wat droger en warmer aan dan in het westen.
Duitsland is een groot land, ongeveer acht keer zo groot als Nederland. Het landschap is heel afwisselend. In het noorden is het vrij vlak, in het midden zijn er heuvels, en in het zuiden vind je de Alpen: hoge bergen met sneeuw. Er zijn ook veel rivieren, zoals de Rijn, de Donau en de Elbe, en grote meren zoals de Bodensee. In het noorden grenst Duitsland aan twee zeeën: de Noordzee en de Oostzee.
In de natuur van Duitsland leven bijzondere dieren, zoals edelherten, lynxen en zelfs wilde zwijnen. De zwarte adelaar is een belangrijk symbool van het land en staat ook op het wapen van Duitsland. Er groeien allerlei planten, zoals eiken, beuken en korenbloemen.
De mensen betalen in Duitsland met de euro. Vroeger gebruikten ze een andere munt, de Duitse mark. In Oost-Duitsland had men zelfs weer een andere munt. Toen Duitsland in 1990 weer één land werd, gingen alle Duitsers uiteindelijk de Duitse mark gebruiken.
