Tennis

  • AFDRUKKEN
  • VERSTUREN
Tennis
Geschiedenis van Tennis

Tennis is een sport waarbij je een bal met een racket over een net moet slaan. Het kan gespeeld worden door twee spelers tegen elkaar, maar ook door vier spelers in teams van twee. Het doel is om de bal zo te slaan dat de tegenstander hem niet op de juiste manier kan terugspelen.

De geschiedenis van tennis begint al in de elfde eeuw in Frankrijk. Toen bestond er een spel dat ‘Jeu de Paume’ werd genoemd, en dat werd met de hand gespeeld. Rond 1500 werd het eerste racket uitgevonden en dat maakte het spel meteen populair. Tegen de zeventiende eeuw nam de belangstelling voor tennis af, vooral door de veranderingen in Frankrijk tijdens de Franse Revolutie. In 1877 werd het eerste Wimbledon-toernooi gehouden en vanaf dat moment verspreidde tennis zich over de hele wereld en werd het steeds bekender.

Kleding en het speelveld

Om te spelen heb je een racket, een tennisbal, speciale kleding en schoenen nodig. Mannen dragen vaak een korte broek en polo, vrouwen meestal een rokje. Het puntensysteem van tennis is anders dan bij veel andere sporten. Een wedstrijd is verdeeld in games, die weer samen een set vormen. Voor een game moet een speler vier punten behalen en de punten worden genoemd met woorden zoals vijftien, dertig en veertig. Om een set te winnen moet je zes games winnen, met een voorsprong van minstens twee games.

Tennis wordt gespeeld op een rechthoekig veld dat door een net in twee helften wordt verdeeld. Het veld heeft lijnen die duidelijk aangeven waar de bal binnen moet landen. Voor enkelspel is het veld smaller dan voor dubbelspel. Aan beide kanten van het net ligt een servicevak, waar de bal bij het serveren in moet landen. Het oppervlak van het veld kan verschillen; sommige banen zijn van gras, andere van gravel of hardcourt, en elk type ondergrond beïnvloedt hoe de bal stuitert en hoe het spel verloopt.

Het spel

Een tenniswedstrijd begint met serveren. Dat betekent dat een speler de bal in het spel brengt door hem de lucht in te gooien en met het racket over het net te slaan. De bal moet dan in het vak van de tegenstander landen. Tijdens het spel moet de bal steeds over het net teruggeslagen worden. De tegenstander mag de bal één keer laten stuiteren voordat hij hem terugkaatst. Er zijn verschillende manieren om de bal te slaan, zoals met een forehand of backhand, of met speciale slagen zoals een lob of smash. Elke slag heeft een eigen effect en kan het spel voor de tegenstander moeilijker maken.
Tijdens wedstrijden zit er altijd een scheidsrechter op een verhoogde stoel bij het net. Deze persoon let erop dat de regels worden gevolgd, beslist of een bal in of uit is en houdt pauzes in de gaten. De belangrijkste wedstrijden in tennis worden de grandslamwedstrijden genoemd. Daar vallen onder andere Wimbledon, de US Open, Roland Garros en de Australian Open onder. Deze toernooien zijn beroemd over de hele wereld en veel spelers dromen ervan om daar te winnen.