Sluiten


Sluiten
   

Waar gaan Silver en Joyce surfen?

Sluiten

In de week van 6 juni 2016 worden de winnaars bekend gemaakt. Heb je gewonnen? Dan ontvang je automatisch bericht.

Tot die tijd mag je zo vaak meedoen als je wilt.

Let op: het tijdsverschil tussen je inzendingen moet minimaal 2 uur bedragen om ze afzonderlijk te laten meedingen.

Surfie


HOME WETEN KENNEN AARDRIJKSKUNDE
SpelenWeten
SpelenWeten
Mineralen

Mineralen

Kwarts

Kwarts behoort tot de meest voorkomende mineralen op de aardkorst. Het vertegenwoordigt meer dan 12% van het volume van de aardkorst (onder andere in graniet, zand).

De Romeinen dachten dat kwarts ijs was, omdat kwarts vooral in gletsjers werd gevonden.

De aarde is ongeveer 4,6 miljard jaar oud. In die tijd was de aarde een grote vuurbal. Toen begon het afkoelingsproces. De aarde begon daardoor te verstenen. Maar binnenin de korst borrelde het nog steeds. Er waren in die tijd dus heel veel uitbarstingen. Maar het lava dat nu op de korst lag, stolde ook. Zo werd de laag steeds dikker. Er kwamen steeds minder uitbarstingen. Zo komt het dat er deze tijd bijna nooit meer vulkaanuitbarstingen zijn. Toen die aarde verkoelde ontstonden er allemaal vulkanische gesteenten.

Edelstenen zijn stenen die: geslepen kunnen worden, mooi zijn, zeldzaam zijn en het licht moet er mooi doorheen schijnen als hij is geslepen. Dit zijn bijvoorbeeld: Diamant, robijn, smaragd, opaal en saffier. Stenen die niet aan alle eisen voldoen worden half-edelstenen genoemd. Stenen die je niet kunt slijpen, maar die wel mooi zijn, worden sierstenen genoemd.

 

Het ontstaan

Gesteente kan op verschillende manieren ontstaan, bijvoorbeeld door uitvloeiing na een vulkaanuitbarsting. Zowel aan het oppervlak van de aarde, als ook diep onder de grond wordt gesteente gevormd. Dit proces duurt miljoenen jaren!!

 Zoals gezegd bestaat een gesteente uit verschillende mineralen. Wanneer je een gesteente bekijkt met een loep of microscoop dan zie je dat het ruwe oppervlak is opgebouwd uit materiaal dat verschillend is van vorm, grootte en kleur. Zand bestaat bijvoorbeeld uit kwarts en ook zul je zilverachtige blaadjes kunnen zien. Die zilverachtige blaadjes duiden op glimmer. Kwarts en glimmer zijn mineralen.

Edelstenen met een minerale oorsprong worden gevonden in gesteente of in sedimenten. Gesteenten worden onderverdeeld in drie hoofdgroepen: magmatisch, sedimentair en metamorf.

 

Magmatische gesteenten

Magmatische gesteenten worden als eerste (primair) gevormd. Deze gesteenten heten ook wel stollingsgesteenten. Ze zijn ontstaan door stolling van magma, dat afkomstig is uit de diepere lagen van de aardkorst.

Uitvloeiïngsgesteente ontstaat bij vulkaanuitbarstingen. Magma dat aan de oppervlakte uitbarst, de lava, vormt extrusieve gesteenten. De lava koelt snel af en de kristallen zullen dan ook klein zijn. Gesteente met zulke kristallen wordt fijnkorrelig genoemd.

Intrusief - of ganggesteente is gesteente dat langzaam diep onder de aardkorst stolt. Dit proces kan miljoenen jaren duren. Hoe langzamer gesteente afkoelt en stolt, hoe groter de kristallen en dus ook de edelstenen die erin worden gevormd. Gesteente met zulke kristallen wordt grofkorrelig genoemd.

Als de lava in druppels wordt uitgeworpen koelen deze zo snel af dat kristallen zich niet kunnen vormen. Zo ontstaat bijvoorbeeld obsidiaan, een vulkanisch glas.

Bij magmatische gesteenten zijn de kristallen over het algemeen groot en de mineralen liggen bont door elkaar. Welke mineralen gevormd worden hangt af van de chemische bestanddelen in het magma.

Voorbeelden van primair gevormde stenen zijn agaat, amethist, carneool en fluoriet.

 

Sedimentaire gesteenten

Deze gesteenten worden als 2e (secundair) gevormd. Sedimenten of afzettingsgesteenten worden gevormd door verwering en erosie. Zo ontstaat een ophoping van fragmenten van gesteenten. Deze resten van afgebroken gesteenten worden uiteindelijk op het vasteland of in de zee in lagen afgezet en zo ontstaat weer nieuw gesteente. Gesteente is dus eigenlijk altijd aan verandering onderhevig, ook al ziet u dat niet.

 Sedimentaire gesteenten hebben een duidelijke gelaagdheid. Ze zijn vaak ook rijk aan fossielen.

 Links een zogeheten conglomeraat.

 Chrysocolla, heliotroop en jaspis zijn voorbeelden van secundair gevormde stenen.

 

Metamorfe gesteenten

Metamorfe gesteenten worden als 3e (tertiair) gevormd en heten ook wel vervormingsgesteenten. Het zijn magmatische of sedimentaire gesteenten die onder invloed van temperatuur en druk, bijvoorbeeld tijdens de plooiïng van bergketens, onder het aardoppervlak nieuwe gesteenten vormen met daarin nieuwe mineralen. Tijdens dit proces kunnen zo edelstenen ontstaan, bijvoorbeeld granaten en robijnen.

Kenmerken bij metamorfe gesteenten zijn de grote kristallen, de zijdeglans en de zachtgeronde verweringsvorm.

Haroïet, lapis lazuli, nefriet en rhodoniet zijn voorbeelden van tertiair gevormde stenen. 

Een mineraal is een chemische verbinding.  Zo’n chemische verbinding krijgt een mineraalnaam, als deze verbinding in de natuur gevormd is en dezelfde opbouw heeft. Om het simpel uit te leggen,  is een mineraal een vaste stof die in de aarde voorkomt. Als een mineraal groeit, ontstaan er kristallen.

Edelstenen zijn ook mineralen. Hoe ontstaan mineralen? Steen op aarde is op verschillende manieren ontstaan. Binnen in de aarde kan steen smelten. Door spleten in de aardkorst kwam dat gesmolten steen naar buiten. Het koelde af, stolde en werd een berg van steen (stollingsgesteenten). Dit bestaat nog steeds, denk maar aan vulkaan uitbarstingen. Steen verandert voortdurend. Natuurlijk niet iedere week, maar wel over duizenden jaren gezien. Zo kan een steensoort dus veranderen in de loop der jaren. Als er genoeg tijd voorbij gaat, ontstaan in of aan gesteenten speciale stukjes. Doorschijnend/doorzichtig en met prachtige kleuren en de edelsteen is geboren!

Edelstenen komen ook voor in holtes van gesteenten. Ook hier geldt weer dat er vele (miljoenen) jaren overheen moeten gaan en dat het in die holtes flink heet moet zijn. Er kunnen ook stukken steen loskomen van rotsen door het geweld van Moeder Aarde. Deze stenen leggen een lange weg af, worden steeds kleiner eer ze (meestal) de reis eindigen in of bij een rivier. Ook vindt men stenen in ondergrondse mijnen.

Mineralen zijn niet alleen leuk voor de verzamelaar, ze zijn ook erg belangrijk voor de industrie. De mineralen in de bodem zijn heel belangrijk voor de landbouw. Het mineraal mica bijvoorbeeld wordt gebruikt bij de productie van verf en lijm en calciet is een onderdeel van kauwgum en tandpasta. Zo hebben de meeste mineralen wel een toepassing in de industrie.

 

De soorten

Edelstenen. Het beste goedje aan elkaar geklonterde mineralen. De meeste edelstenen bestaan uit twee of drie mineralen. Mooi, zeldzaam en hard. Zo behoort een edelsteen te zijn.

Veel edelstenen bevatten dezelfde soort mineralen. Aquamarijn, granaat, topaas en smaragd horen bij de silicaten (kiezelzuur). Robijn en saffier horen ook bij elkaar. Ze bevatten Korund (op de diamant na het hardste mineraal wat er bestaat) Korund blauw van kleur heet saffier, Korund roze of rood van kleur heet robijn. Kwarts bestaat uit één mineraal en het komt heel veel voor. Vroeger dacht men dat het bevroren water was, omdat deze zo helder is (bergkristal). Maar er zijn ook gekleurde kwartsen, zoals de amethyst (paarse kleur door aanwezigheid van ijzer) en de rozenkwarts (roze kleur door aanwezigheid van titanium).

Dus je kunt het zo zien: hoe vuiler, hoe meer kleur. Bij de mens werkt dit net even wat anders. Als je naar een ruw stuk edelsteen kijkt, zie je dat deze is opgebouwd uit kristallen. Een kristal heeft platte vlakjes. Ze krijgen deze vorm als ze hard worden. Edelstenen hebben regelmatig gevormde kristallen. Ze zijn zo gevormd door het gewicht van zware steenlagen. (zie het maar zo: de mineralen zitten tegen elkaar geperst) Daarom zijn de stenen hard. Doordat de vlakjes licht weerkaatsen naar alle kanten, kunnen ze zo prachtig fonkelen.

 

De Geode

Stel je eens voor…je staat aan de rand van een krater. Deze krater staat vol met borrelende lava. Aan de bovenkant van deze gloeiende massa zie je telkens …*plop…gasbellen…*plop… kapot spatten. Heel veel van deze ronde gasbellen hebben de reis gemaakt van onderuit die krater. Eenmaal boven gekomen zegt men met een * plop geluid…hallo, hier ben ik!

Nu begint de lava te stollen wat uiteraard aan de bovenkant begint. (Vergelijk het maar met een dikke pap, die je op het vuur hebt staan. Als je deze van het vuur afzet dan krijg je een vel, met daaronder de bellen. De bellen worden veroorzaakt door de afkoeling. Alle gasbellen die nu onderweg zijn naar boven, kunnen dus niet meer weg en hangen tegen het “plafond” van de steenkorst. (lava)

En daar hang je dan…als gasbel, je wil naar buiten en je kan niet meer. Het gevolg is dat de gasbellen “verstarren” en worden ingekapseld. Hoe ontstaan nu de kristallen binnenin? Door de aanwezige hitte zijn de atomen en moleculen die in de bol aanwezig zijn, een beetje op hol geslagen. Als er dan weer afkoeling komt, gaan zij zich opstellen in het door de natuur afgesproken patroon. Tijdens het afkoelen heeft het kiezelzuur de gewoonte alle holletjes, gleuven en spleten op te zoeken. En dus ook in de toekomstige geoden. Door de miljoenen jaren heen wordt nu de lava door de erosie aangetast en kunnen wij dus de “versteende” gasbellen delven.

 

 

Kristallen worden gevormd onder bepaalde omstandigheden. Ze hebben ruimte nodig om te groeien, bijvoorbeeld in gasbellen van lavagesteente en in spleten, of wanneer er ruimte ontstaat door breuken diep in de aarde.
Bijna alle mineralen ontwikkelen kristalvormen, variërend van heel klein tot groot. Kristallen hebben een regelmatige vorm en de vlakken zijn glad. Ze hebben veel verschillende verschijningsvormen.
Dat is goed te zien op deze twee afbeeldingen. Boven een stuk vanadeniet, daaronder aragoniet met grotere kristallen.
Er zijn smalle, naaldvormige, zuilvormige, kubische, fijnbladerige en sterk plaatvormige kristallen. Een kristalvorm is niet toevallig maar hoort bij een bepaald mineraal.

 

Kristallen worden op basis van hun inwendige structuur ingedeeld in één van de zeven kristalstelsels.

Kubisch kristalstelsel
Het Latijnse cubus betekent vierkant. Kristallen waarvan de structuur vierkant is, bijvoorbeeld fluoriet of pyriet.

Hexagonaal kristalstelsel
Het Griekse hexagon betekent zeshoek. Kristallen met een zeshoekige structuur, bijvoorbeeld apatiet of aquamarijn.

Trigonaal kristalstelsel
Het Griekse trigon betekent driehoek. Kristallen met een driehoekige structuur, zoals onder andere bij toermalijn te zien is in trigonale zuilen.

Tetragonaal kristalstelsel
Het Griekse tetragon betekent rechthoek. Kristallen met een rechthoekige structuur, vaak in de vorm van rechthoekige zuilen, soms met platte uiteinden, soms met piramidevormige punten. Dit is te zijn bij smaragd en rutiel.

Rombisch kristalstelsel
Het Griekse rhombos betekent ruit. Kristallen met een ruitvormige structuur, bijvoorbeeld aragoniet of olivijn.

Monoclien kristalstelsel
Het Griekse mono en klinein betekent zoiets als schuine hoek. Kristallen met een structuur in de vorm van een parallellogram, bijvoorbeeld seleniet, lepidoliet en malachiet.

Triclien kristalstelsel
Het Griekse tri en klinein betekent zoiets als met drie schuine hoeken. Kristallen met een structuur in de vorm van een trapezium, bijvoorbeeld amazoniet, labradoriet en turkoois.

 

Het kan ook voorkomen dat een mineraal de kans niet krijgt om een kristalstructuur te vormen. Deze mineralen heten amorf (zonder vorm). Dit gebeurt wanneer een mineraal zo snel gevormd wordt dat zich geen kristallen kunnen ontwikkelen, zoals bij obsidiaan het geval is. Ook kunnen er te veel stoffen door elkaar gemengd zijn, zoals bij barnsteen.

 

Overzicht van de 7 kristalstelsels aan de hand van bovenstaand voorbeeld:

Rij 1: pyriet (kubisch) - seleniet (monoklien)

Rij 2: microklien (triklien) - apofylliet (tetragonaal)

Rij 3: brookiet (orthorombisch) - amethist (trigonaal) - smaragd (hexagonaal)

 

Geboortestenen

Iedere maand heeft een eigen steen. Als je bijv. in januari ben geboren, dan is ‘jouw’ steen de granaat. Hier volgt het hele lijstje:

Januari Granaat
Februari Amethist
Maart Aquamarijn 
April Diamant
Mei Smaragd
Juni Parel
Juli Robijn
Augustus Peridoot
September Saffier
Oktober Opaal
November Topaas
December Turkoois

 

Geneeskrachtige stenen 

Er zijn mensen die geloven dat stenen genezen. Volgens hen voel je je beter en wordt je beter. Hier is een lijstje van een aantal stenen en waar het tegen helpt. 

  • Agaat: Stilt koorts, krampen en pijn. Helpt tegen oogkwalen, zorgt voor een beter hart, troost en kalmeert je.  
  • Amazoniet: Zorgt ervoor dat je hersens rust krijgen, helpt tegen vermoeidheid, zorgt voor hyperactieve kinderen, Zorgt dat emotionele spanningen weggaan.  
  • Oranje Calciet: Geeft troost en warmte. 
  • Groene Calciet: Haalt herinneringen naar boven.
  • Heliotroop: Helpt tegen bloedneuzen en tandvlees bloedingen, troost bij tegenslagen, helpt bij de bevalling, zorgt voor een betere blaas. 
  • Magnetiet: helpt tegen pijn, bestrijd een hernia en tennisarm, versnelt het genezen van wonden, werkt tegen alle pijnen en geneest breuken. 
  • Olivijn: Olivijn beschermt je tegen kwade invloeden, brengt tegen ziekten, bestrijdt negatieve gevoelens, tegen nachtmerries en depressies. 
  • Pyriet: helpt tegen ontstoken luchtwegen, griep en mondaandoeningen, stotteren en keelpijn.  
  • Rozenkwarts: Rozenkwarts helpt tegen heimwee, onvruchtbaarheid, roken, bevordert de creativiteit, zorgt dat kinderen een makkelijkere jeugd hebben, helpt bij het krijgen van een beter verstand, zorgt dat je scheppend kan denken.
  • Topaas: Zorgt voor een betere eetlust, werkt tegen slaaploosheid, zorgt voor je zenuwstelsel, voor je maag en darmkanaal en werkt tegen slaaploosheid en uitputting.  
  • Spinel: Helpt bij ijzergebrek en werkt tegen ontstekingen. 

 

Op deze afbeelding zie je een aantal gepolijste edelstenen.

Wist je ook dat je een steen voordat je deze gaat gebruiken eerst af moet spoelen? Om de energie er af te spoelen die de steen, voordat deze bij jou terecht kwam heeft opgedaan. Op deze manier maak je de steen de jouwe.

Het steen-horloge 
In kwartshorloges zit een klein kristal. Door de batterij krijgt het kristalletje een klein schokje. Telkens als hij een klein schokje krijgt gaat de secondewijzer vooruit.

 

Bronnen:
izabels-wereld.nlristallen  
stenensieraad.nl
Wikipedia

Vertel het door
Contact Advertenties Ouders/Scholen Voorwaarden Cookies Disclaimer